Paragraaf Lokale heffingen
Algemeen
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - AlgemeenOp grond van artikel 10 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), is het college van burgemeester en wethouders verplicht de gemeenteraad inzicht te geven in ten minste:
- De geraamde inkomsten;
- Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
- Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarbij de mate van kostendekkendheid inzichtelijk wordt gemaakt;
- Een aanduiding van de lokale lastendruk;
- Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Ermelo's beleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Ermelo's beleidOp grond van artikel 212 van de Gemeentewet is de raad verplicht om bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast te stellen. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Deze Financiële Verordening is per 2023 geactualiseerd.
Verder is het beleid in Ermelo inzake lokale belastingen en heffingen opgenomen in de volgende nota's:
- Belastingverordeningen (jaarlijks)
- Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige
- Reglement automatische incasso 2024
- Beleidsregels ambtshalve verminderingen 2016
- Leidraad invordering 2025
- Programma Water en Riolering (PWR 2025-2029)
Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd uit het Hybride-akkoord 2022-2026 Zorgzaam, spaarzaam en duurzaam.
- Wij laten de OZB (woningen en niet woningen) met maximaal het inflatiepercentage stijgen. Uitgangspunt hierbij is de meicirculaire. We streven naar minder verhoging om de inwoners te compenseren voor de (te) grote verhogingen van de afgelopen jaren.
- Wij houden rekening met de reële WOZ-waardes bij het innen van de OZB.
Concreet betekent dit dat wij de belastingen laten stijgen met het inflatiepercentage van 2,75%.
Het restant van de taakstelling op Toeristen- en Forensenbelasting uit de Kadernota 2024 is overeenkomstig het adviesrapport ingevuld en verwerkt in deze begroting.
De geraamde inkomsten
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - De geraamde inkomstenIn de Begroting 2026 is rekening gehouden met de volgende bedragen voor leges en belastingontvangsten:
Belastingontvangsten en heffingen 2026 vs 2025
| Naam heffing of leges (bedragen x € 1.000) |
Begroting 2026 |
Begroting 2025 |
| Belastingsoort: ongebonden | ||
| OZB eigenaar (woning) | 7.583 | 7.117 |
| OZB eigenaar (niet woning) | 2.746 | 2.226 |
| OZB gebruiker (niet woning) | 1.796 | 1.872 |
| Toeristenbelasting | 823 | 554 |
| Watertoeristenbelasting | 20 | 0 |
| Forensenbelasting | 1.742 | 1.656 |
| Taakstelling Toeristen- en Forensenbelasting | 0 | 800 |
| Reclamebelasting | 50 | 51 |
| subtotaal | 14.760 | 14.276 |
| Belastingsoort: gebonden | ||
| Verbrede rioolheffing* | 3.019 | 2.925 |
| Afvalstoffenheffing* | 2.555 | 2.560 |
| Begraafrechten | 445 | 433 |
| Leges vergunningen en kabels | 131 | 131 |
| Leges omgevingsvergunningen/welstand | 1.040 | 964 |
| Leges burgerzaken | 422 | 407 |
| Marktgelden | 13 | 10 |
| Leges openbare orde en veiligheid | 36 | 85 |
| subtotaal | 7.661 | 7.515 |
| Totaal | 22.421 | 21.791 |
*Voor aftrek van de kwijtscheldingen. De structurele raming kwijtscheldingen 2026 bedraagt € 170.000 waarvan € 100.000 Rioolheffing en € 70.000 Afvalstoffenheffing.
Onroerend Zaak Belasting
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Onroerend Zaak BelastingLandelijk Beleid
Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven
Onderdeel van de algemene uitkering is de verdeelmaatstaf OZB. Dit betreft een negatieve correctiepost op de algemene uitkering welke wordt bepaald door de omvang van de totale WOZ-waarde in de gemeente en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid van het Rijk om dat effect te corrigeren door middel van een aanpassing van deze rekentarieven. Dit rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de OZB-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit wel met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB). Dit leidt in de Meicirculaire 2025 van het Gemeentefonds tot nieuwe rekentarieven. Hiermee is rekening gehouden in deze begroting.
Vastgesteld gemeentelijk beleid
- De OZB woningen is een algemene belasting.
- De OZB woningen wordt geheven van eigenaren.
- Voor OZB woningen eigenaren wordt geen vrijstellingen verleend.
- Deze percentages gelden als stijging van de geraamde opbrengst t.o.v. vorig jaar.
- De OZB woningen eigenaren 2026 is gebaseerd op de WOZ-waarde van 1 januari 2025.
- Areaal-uitbreidingen leiden tot een hogere opbrengst, maar worden niet in de tarieven gecompenseerd.
- Er is geen sprake van kwijtschelding voor OZB woningen.
- Het OZB tarief wordt op basis van de formule A * B = C berekend. Waarbij A de WOZ waarde van het woningareaal is, B het belastingtarief en C de benodigde omvang van de totaalontvangst belastinggelden. Om een zo nauwkeurig mogelijk belastingtarief te kunnen bepalen is de kennis van de waarde van de woningen essentieel. Vandaar dat het tarief op een zo laat mogelijk moment in het jaar ter vaststelling wordt aangeboden.
- Bij de voorlopige berekening wordt voor voor de waarde ontwikkeling van de woningen uitgegaan van de uitgangspunten uit de Meicirculaire 2025. Dit betekent voor woningen een percentage van 10,5%. Voor niet-woningen bedraagt de gemiddelde waarde ontwikkeling op basis van de meicirculaire 2%.
- Een bijkomend effect van waardestijging van de woningen is een daling van opbrengsten vanuit het Gemeentefonds. In eerste instantie zal de gemeente voor deze hogere WOZ-waarde extra gekort worden in de algemene uitkering. Omdat dit bij alle gemeenten gebeurt blijft een stuk van de algemene uitkering onverdeeld. Dit wordt dan in tweede instantie alsnog aan de gemeenten uitgekeerd, echter niet in dezelfde verhouding als waarmee gekort is. Is de waardestijging in de gemeente conform het landelijk gemiddelde dan zal het effect op de algemene uitkering redelijk budgettair neutraal zijn, is de stijging hoger dan het landelijk gemiddelde dan gaat de gemeente er op achteruit, is de stijging lager dan het landelijk gemiddelde dan gaat de gemeente er op vooruit. Het effect van deze vermindering is lastig te bepalen, vandaar dat in deze meerjarenbegroting hiermee geen rekening is gehouden.
Maatregelen 2026:
- De geraamde opbrengst OZB woningen eigenaren 2026 wordt geraamd op de opbrengst 2025 verhoogd met een inflatiecorrectie 2,75%.
- De tariefstelling voor OZB voor woningen 2026 wordt gebaseerd op de WOZ-waarde per 1 januari 2025.
Onroerende zaak belasting niet-woningen (eigenaar en gebruiker)
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Onroerende zaak belasting niet-woningen (eigenaar en gebruiker)Vastgesteld Beleid
- De OZB niet-woningen is een algemene belasting.
- De OZB niet-woningen wordt geheven van eigenaren en gebruikers.
- Voor OZB niet-woningen wordt geen kwijtschelding verleend.
- Voor OZB niet-woningen bestaan wettelijke vrijstellingen.
- De leegstand van niet-woningen wordt niet gecompenseerd door hogere tarieven.
- Areaal-uitbreidingen leiden tot een beperkte hogere opbrengst, maar worden niet in de tarieven gecompenseerd.
Maatregelen 2026:
- De opbrengsten 2026 OZB niet-woningen (eigenaren en gebruikers) worden gebaseerd op de opbrengst OZB 2025, verhoogd met een inflatiecorrectie van 2,75%.
- De OZB niet-woningen 2026 is gebaseerd op de WOZ-waarde per 1 januari 2025.
- Het tarief wordt vastgesteld en berekend op de te realiseren opbrengst in de begroting.
Afvalstoffenheffing
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - AfvalstoffenheffingVastgesteld Beleid
- De Afvalstoffenheffing is een specifieke (bestemmings)heffing; een vergoeding voor de kosten van ophalen en verwerken van huishoudelijk afval.
- De Afvalstoffenheffing wordt geheven van gebruikers van woningen.
- Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de te compenseren btw in het btw compensatiefonds, de overhead, de rentelast en de stand van de voorziening Afvalstoffenheffing.
- Voor Afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk. Dit leidt tot een inkomstenderving. Deze inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven Afvalstoffenheffing.
- Voor Afvalstoffenheffing is een tegemoetkoming medisch afval mogelijk. De inkomstenderving is opgenomen in het bedrag vermeld bij kwijtschelding. Deze inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven Afvalstoffenheffing.
Maatregelen 2026:
- De begrote baten en lasten zijn gebaseerd op de baten en lasten 2026 verhoogd met een inflatiecorrectie van 2,75%.
- De tarieven Afvalstoffenheffing 2026 worden eenmalig verlaagd met € 40 op basis van de motie verlaging woonlasten 2025 en 2026.
- De vastrechttarieven Afvalstoffenheffing met 1% boven trendmatig te verhogen om te sparen voor de vervanging van ondergrondse containers vanaf 2030.
- De tarieven Afvalstoffenheffing 2026 worden bij de belastingmaatregelen 2026 definitief bepaald.
Riool- en Waterzorgheffing
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Riool- en WaterzorgheffingVastgesteld Beleid
- De Riool- en Waterzorgheffing is een specifieke heffing; een vergoeding voor de kosten van onder andere de inzameling en het transport van afval- en hemelwater.
- De Riool- en Waterzorgheffing is een gebruikersheffing.
- De Riool- en Waterzorgheffing is gebaseerd op het PWR (Programma Water en Riolering).
- De actualisatie van het huidige PWR is in de raad 2024 vastgesteld.
- Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de te compenseren btw, de overhead, de rentelast en de stand van de voorziening Egalisatie riolering.
- Voor Riool- en Waterzorgheffing is kwijtschelding mogelijk. Dit leidt tot een inkomstenderving. De inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven Riool- en Waterzorgheffing.
- De kosten van waterschouwingen zijn opgenomen in het tarief Riool- en Waterzorgheffing.
- De Riool- en Waterzorgheffing is gebaseerd op een tariefschijvensysteem.
- De tarieven worden naar boven afgerond op hele euro's.
Maatregelen 2026:
- De begroting 2026 van de Riool- en Waterzorgheffing, alsook de voorlopige tarieven 2026 wordt vooralsnog geraamd op de baten en lasten van de Riool- en Waterzorgheffing 2025, verhoogd met de inflatiecorrectie 2,75%.
- In het kader van de ombuigingen is het voorstel om de tarieven vanaf de 3e staffel met 80% te laten stijgen (dit levert naar verwachting € 300.000 extra op).
- De tarieven Riool- en Waterzorgheffing zullen gebaseerd worden op deze begroting en de (financiële) consequenties volgend uit de PWR. Deze tarieven zullen bij de belastingmaatregelen 2026 definitief worden bepaald.
Het bovenstaande leidt tot de navolgende tarieven Riool- en Waterzorgheffing:
| Klasse-indeling | Voorgesteld tarief 2026 in € |
| 0 - 100 m3 | 206 |
| 100 - 250 m3 | 233 |
| 250 - 500 m3 | 455 |
| 500 - 1.000 m3 | 920 |
| 1.000 - 2.000 m3 | 1.384 |
| 2.000 - 5.000 m3 | 2.776 |
| 5.000 - 10.000 m3 | 4.169 |
| 10.000 - 25.000 m3 | 8.347 |
| 25.000 - 50.000 m3 | 16.704 |
| 50.000 m3 en meer | 33.417 |
Toeristenbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - ToeristenbelastingVastgesteld Beleid
- De Toeristenbelasting is een algemene belasting.
- De Toeristenbelasting wordt geheven op overnachtingen door niet ingezetene in de gemeente en is daarmee feitelijk een verblijfsbelasting.
- De Toeristenbelasting is een bedrag per persoon per nacht.
- Voor Toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
- Van Toeristenbelasting kan vrijstelling worden verleend.
- Het tarief Toeristenbelasting wordt altijd naar boven afgerond op hele eurocenten.
Maatregelen 2026:
- In 2025 is het onderzoek naar de opzet van de Toeristenbelasting in combinatie met de Forensenbelasting, de belastingplichtigen, heffingsmaatstaven en tarief in het kader van de taakstelling dat moet resulteren in een meeropbrengst van in totaal € 800.000 afgerond.
- De tarieven 2026, te baseren op de tarieven 2025 en deze te verhogen met een inflatiecorrectie van 2,75%.
- De tariefwijzigingen voor de Toeristenbelasting vanaf het jaar 2026 af te ronden op € 0,05.
- Het voorstel is om de verordening Toeristenbelasting uit te breiden met een Watertoeristenbelasting.
- De definitieve tarieven worden bij de belastingmaatregelen 2026 bepaald.
Forensenbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - ForensenbelastingVastgesteld Beleid
- De Forensenbelasting is een algemene belasting.
- De Forensenbelasting wordt geheven bij niet-ingezetenen die meer dan 90 dagen per jaar beschikken over een gemeubileerde woning.
- De tarieven Forensenbelasting worden afgerond en sinds 2020 altijd naar boven afgerond op hele euro's, dit heeft tot gevolg dat de daadwerkelijke stijging, als gevolg van afronding, uitkomt boven het de door de raad vastgestelde percentage.
- Voor Forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Maatregelen 2026:
- In 2025 is het onderzoek naar de opzet van de Toeristenbelasting in combinatie met de Forensenbelasting, de belastingplichtigen, heffingsmaatstaven en tarief in het kader van de taakstelling dat moet resulteren in een meeropbrengst van in totaal € 800.000 afgerond.
- In lijn met de uitkomsten vanuit het onderzoek de tarieven 2026 te baseren op de tarieven 2025 en deze eenmalig te verhogen met 2,5% en vervolgens te corrigeren voor inflatie met 2,75%.
- Voor te stellen om met ingang van het belastingjaar 2026 de tariefwijzigingen voor de Forensenbelasting af te ronden op hele euro's waarbij bedragen tot en met € 0,49 naar beneden en bedragen van € 0,50 en hoger naar boven worden afgerond.
- De definitieve tarieven worden bij de belastingmaatregelen 2026 bepaald.
Reclamebelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - ReclamebelastingVastgesteld Beleid
- De Reclamebelasting is een algemene belasting, maar wordt geheven in afspraak met de ondernemers.
- De Reclamebelasting is gebaseerd op de WOZ-waarde van 1 januari 2025 van het object waaraan één of meerdere reclameobjecten zijn aangebracht of geplaatst in het gebied dat in de verordening is vastgesteld.
- Het tarief is per € 1.000 WOZ-waarde € 0,83 met een minimum van € 300 en een maximum van € 600.
- De jaarlijkse opbrengst van € 50.000 wordt minus de perceptiekosten, beschikbaar gesteld aan het Ondernemersfonds.
Maatregelen 2026:
- Vooralsnog geen nieuwe of aangepaste voorstellen.
- Het Convenant met de ondernemers loopt af. Dit betekent dat nader onderzocht wordt of de samenwerking op dezelfde wijze voortgezet zal worden. Verwacht wordt dat dit onderzoek in 2025 is afgerond.
Begraafrechten
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - BegraafrechtenVastgesteld Beleid
- De begraafrechten zijn een specifieke heffing (een dienst of gebruik van gemeentelijke bezittingen tegen vergoeding); een vergoeding voor onder andere het gebruik van de begraafplaats en diensten in verband met de begraafplaats.
- De exploitatie van de begraafplaats is niet kostendekkend, zoals door de raad besloten. Dit heeft te maken met:
- de fictieve bespaarde rente over de voorzieningen begraafplaats wordt beschikbaar gesteld;
- de dekking van kosten uit de algemene middelen;
- het maximeren van € 200.000 aan onderhoudskosten in de tarieven / alles boven dit bedrag komt ten laste van de algemene middelen.
Maatregelen 2026:
- De tarieven begraafplaats 2026, te baseren op het tarief 2025 en deze te verhogen met een inflatiecorrectie van 2,75%.
- De begrote lasten stijgen eveneens met een inflatiecorrectie van 2,75%.
Marktgelden
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - MarktgeldenVastgesteld Beleid
- De marktgelden zijn een specifieke heffing (een dienst of gebruik van gemeentelijke bezittingen tegen vergoeding); een vergoeding voor de kosten van het innemen van een standplaats en de aansluiting op de elektriciteitskasten, inclusief btw.
- De marktgelden worden geheven van de gebruikers van de weekmarkt en standplaatshouders.
- Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, hetgeen thans niet gerealiseerd wordt. Dit wordt thans onderzocht.
- De huidige tarieven zijn gebaseerd op een raadsbesluit van 27 november 2019.
Maatregelen 2026:
- Bij de vaststelling van de Kadernota 2026 is het ombuigingsvoorstel A26 - Verhogen kostendekking Markt aangenomen. Om hier invulling aan te geven, wordt voorgesteld de tarieven in 2026, 2027 en 2028 jaarlijks gemiddeld met 44% te verhogen.
- De begroten baten en lasten van de marktgelden te verhogen met een inflatiecorrectie van 2,75%.
- Op basis van de nog te actualiseren Marktgeldverordening en de Marktverordening alsnog de mate van kostendekkendheid te bepalen.
Overige legestarieven
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Overige legestarievenVastgesteld Beleid
- De leges zijn een specifieke heffing (een dienst of gebruik van gemeentelijke bezittingen tegen vergoeding); een vergoeding voor, door of vanwege de gemeente verstrekte diensten, waaronder de Nederlandse identiteitskaart.
- Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, tenzij nadrukkelijk door de raad anders is besloten. Deze besluiten zijn genomen voor: gehandicaptenparkeerkaart en organisatiekeurmerk CBF.
- Op niveau van de verordening mogen de leges de 100% kostendekkendheid niet overstijgen.
- Voor leges is geen kwijtschelding mogelijk.
Maatregelen 2026:
- De begrote baten en lasten van de leges met 2,75% te verhogen met als gevolg dat de tarieven in 2026 met 2,75% stijgen ten opzichte van de tarieven in 2025.
- De nieuwe tarieven worden met de legesverordening ter vaststelling voorgelegd.
Kostendekkendheid Tarieven
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid TarievenNaast belastingen, heft de gemeente bestemmingsheffingen, rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt.
Als onderdeel van de BBV 2017 is het voor de paragraaf Lokale heffingen verplicht een overzicht op hoofdlijnen op te nemen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk gemaakt wordt:
- Hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden.
- Wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen.
- Hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.
Voor de cijfermatige berekening van de kostendekkendheid van de heffingen wordt aangesloten bij de in de "Notitie overhead" van de commissie BBV opgenomen tabel. Deze berekening moet vervolgens worden aangevuld met een inhoudelijke toelichting over de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Een beleidskeuze die ten grondslag ligt aan de tarieven is dat in principe een kostendekkendheid van 100% wordt nagestreefd. Voor de leges burgerzaken zijn de diverse tarieven gemaximeerd vanuit het Rijk, wat impact heeft op de kostendekkendheid. De kostendekkendheid van de marktgelden wordt nog nader onderzocht. Tegelijkertijd wordt de marktverordening herzien.
Door wijzigingen in de BBV heeft gemeente Ermelo de Notitie rentebeleid kostendekkende tarieven opgesteld en vastgesteld bij de Kadernota 2018. Aanleiding hiervoor is de gewijzigde verslagtechnische toerekening van rente aan taakvelden en producten. De notitie rentebeleid kostendekkende tarieven wordt betrokken bij de berekening van de tarieven met ingang van 2018. In 2023 is de Notitie Rentebeleid ingetrokken. Dit is gedaan omdat het BBV aanvullende regels heeft gesteld en andere punten uit het rentebeleid in andere beleidsstukken zijn geregeld. Derhalve was de Notitie Rentebeleid overbodig geworden.
De kostendekkendheid van de tarieven wordt berekend door het totaal van de netto-kosten per taakveld (exclusief omslagrente) en de toegerekende overhead, inclusief omslagrente en de toegerekende rente op basis van de visie rentetoerekening af te zetten tegen de opbrengst van de heffingen per taakveld.
In onderstaande tabel is de kostendekkendheid in beeld gebracht voor afvalstoffen, riolering, begraafplaats, bouwen, marktgelden, burgeraangelegenheden alsmede openbare orde en veiligheid:
| Berekening van kostendekkendheid van een heffing: (bedragen x € 1.000) |
Afvalstoffen | Riolering | Begraven |
Omgevings-vergunningen |
Marktgelden | Burgerzaken | Openbare orde en veiligheid |
| Kosten taakveld(en), excl. (omslag)rente | 2.344 | 2.002 | 683 | 997 | 72 | 780 | 166 |
| Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen | -274 | -34 | -48 | 0 | -3 | 0 | 0 |
| Netto kosten taakveld | 2.070 | 1.968 | 635 | 997 | 69 | 780 | 166 |
| Toe te rekenen kosten: | |||||||
| Overhead incl. (omslag)rente | 95 | 406 | 107 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toe te rekenen rente | 1 | 58 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| BTW | 405 | 587 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale kosten | 2.571 | 3.019 | 743 | 997 | 69 | 780 | 166 |
| Opbrengst heffingen* | 2.571 | 3.019 | 445 | 1.040 | 13 | 422 | 36 |
| Dekkingspercentage | 100,0% | 100,0% | 59,9% | 104,3% | 18,8% | 54,1% | 21,7% |
*) De kosten voor kwijtschelding maken in deze tabel onderdeel uit van de lasten. In tegenstelling tot het staatje van de opbrengsten heffingen is de kwijtschelding niet verrekend met de opbrengsten. Met andere woorden deze opbrengst is bruto.
- Voor de Afvalstoffenheffing betreft dit de heffing inzake het vastrecht + verzamelcontainers, alsmede de Afvalstoffenheffing variabel (Diftar).
- Voor de Rioolheffing betreft dit de heffing bij woningen alsmede de niet-woningen.
- Voor de begraafplaats betreft dit de leges lijkbezorging, reiniging graven en instandhouding graven. De berekende kostendekkendheid betreft het gemiddelde van de tarieven.
- De invoering van de omgevingswet leidt tot veranderingen binnen het onderwerp omgevingsvergunningen. Vooralsnog is in de begroting uitgegaan van gelijkblijvende opbrengsten. In het najaar 2025 worden de leges voor de nieuwe producten bekend.
Woonlasten per gemeente
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten per gemeenteWoonlasten zijn betalingen die huishoudens doen in verband met wonen. De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de Onroerende Zaak Belasting (OZB), de Rioolheffing en de Afvalstoffenheffing. Een eventuele heffingskorting wordt hiervan afgetrokken. De gemeentelijke woonlasten bestaan voor huishoudens met een huurwoning uit de Afvalstoffenheffing en soms Rioolheffing. Eigenaar-bewoners betalen daarnaast ook OZB. In enkele gemeenten wordt van deze bedragen een heffingskorting afgehaald.
In Ermelo bedroegen voor 2025 de woonlasten voor een éénpersoonshuishouden (eigenaar-bewoner) € 1.092 en voor meerpersoonshuishouden (eigenaar-bewoner) € 1.175. Ter vergelijking in Gelderland bedraagt dit gemiddeld € 966 resp. € 1.055. Landelijk bedragen voor 2025 de woonlasten gemiddeld € 1.053 voor een meerpersoonshuishouden, waarbij het de hoogste lasten € 2.117 (Bloemendaal) bedragen en de laagste € 680 (Ameland).
Bijlage Woonlasten per gemeente (OZB, Rioolheffing en Afvalstoffenheffing; woning met gemiddelde waarde; na aftrek heffingskorting; euro per jaar per huishouden)
| Eigenaar-bewoner | Huurder | |||||
| Bruto woonlasten 2025 |
Woonlasten eenpersoons-huishouden |
Woonlasten meerpersoons-huishouden |
Rangnummer meerpersoons-huishoudens |
Woonlasten eenpersoons-huishouden |
Woonlasten meerpersoons-huishouden |
Rangnummer meerpersoons-huishoudens |
| Landelijk gemiddeld | 964 | 1.053 | 376 | 480 | ||
| Gelderland gemiddeld | 966 | 1.055 | 330 | 431 | ||
| Ermelo | 1.092 | 1.175 | 279 | 352 | 435 | 132 |
| Harderwijk | 911 | 962 | 88 | 423 | 474 | 164 |
| Zeewolde | 1.114 | 1.206 | 296 | 456 | 548 | 230 |
| Hoogste tarief | 1.860 | 2.117 | 346 | 861 | 880 | 346 |
| Laagste tarief | 596 | 680 | 1 | 17 | 34 | 1 |
Bron: Coelo atlas lokale lasten 2025
Het is niet altijd zo dat gemeenten met hoge woonlasten ook veel geld overhouden aan de belastingen die zij van huishoudens innen. Dat komt doordat gemeenten met relatief waardevol onroerend goed binnen hun grenzen een lagere algemene uitkering van het Rijk ontvangen dan andere gemeenten. Gemeenten die binnen hun grenzen veel hooggewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een relatief lage uitkering. Zij hebben dus hogere woonlasten, of minder bestedingsruimte.
De netto woonlasten geven een indicatie van het bedrag dat een gemeente per huishouden van de woonlasten overhoudt. Deze netto woonlasten zijn gedefinieerd als de woonlasten die er zouden zijn als de belastingcapaciteit niet zou worden verevend. De extra OZB-opbrengst die gemeenten met dure woningen nu nodig hebben om de lagere algemene uitkering te compenseren is van de woonlasten afgetrokken. Bij gemeenten met lage woningwaarden is het profijt van de verevening bij de woonlasten opgeteld. Ameland heeft de laagste netto woonlasten (€ 680), de hoogste netto woonlasten heeft Bloemendaal (€ 2.117). Het gemiddelde in Nederland bedraagt € 1.053.
Kwijtschelding
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - KwijtscheldingParticulieren die aan bepaalde voorwaarden voldoen kunnen, afhankelijk van de persoonlijke financiële omstandigheden, in aanmerking komen voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Geen kwijtschelding wordt echter verleend voor de leges en niet voor de OZB.
Bij de invoering van Diftar is besloten om personen, die medisch afval hebben (bijvoorbeeld: incontinentie-, stoma of dialysemateriaal), tegemoet te komen in de Afvalstoffenheffing. Hiervoor dient een schriftelijk verzoek te worden ingediend, voorzien van een medische verklaring van bijvoorbeeld de huisarts, of een rekening waaruit blijkt dat medisch materiaal gebruikt wordt.
In de jaarrekening wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over het aantal verleende kwijtscheldingen.
In de Begroting 2026-2029 is voor kwijtschelding structureel de volgende ramingen opgenomen:
| Kwijtschelding | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
| Kwijtscheldingen Rioolheffing | -100 | -100 | -100 | -100 |
| Kwijtschelding vastrecht + verzamel container | -47 | -47 | -47 | -47 |
| Kwijtschelding variabel (DifTar) | -23 | -23 | -23 | -23 |
| Totaal | -170 | -170 | -170 | -170 |